Onrust

Gekriebel aan m’n borstkas
trillende handen
wiebelende voeten
trappelende benen
druppels op m’n voorhoofd
zweet in m’n handen.

Mijn lijf is bewapend tot z’n tanden
waarom
wat maakt me gek
wat maakt me zo onrustig
doe toch es normaal.

Ogen gericht op de muur
wat een blokkade
waarom draai ik me niet om
en zie wat de wereld
mij te bieden heeft?

Ik wi niet de hele wereld zien
ik wil mezelf zien.
Niet het beeld in de spiegel
is van belang
maar te weten wat er
diep van binnen
in mij schuilt
aan kracht
aan moed
aan licht.

Tegelijk bang dat wanneer
ik naar mezelf kijk
diep van binnen
dat ik niet
de kracht, moed of het licht zie
maar juist de donkere kant.