Kroon

Ik ben 24 jaar en eindelijk na vele jaren buikpijn en buikkrampen, krijgen mijn klachten een naam. Doodziek voel ik me dan en ik ben doodmoe. Werken lukt al een poos niet meer en ik lig bijna de hele dag op bed. Ik heb ondraaglijke pijn en een gang naar de wc lijkt eerder op een bevalling dan op ont-last-ing. De artsen denken eerst aan aambeien maar een kweek brengt ander nieuws.

Vertwijfeld heb ik me dan al een poos afgevraagd welke enge ziekte ik zou kunnen hebben. Natuurlijk vrees ik voor een soort kanker. God zij dank het blijkt gelukkig iets anders. De ziekte van Crohn wordt het genoemd. Sindsdien voel ik me soms letterlijk gekroond. De ene keer in positieve zin, als het me een nieuw wijs inzicht oplevert. De andere keer knelt het gewoon aan alle kanten van mijn lijf.

Na de eerste opluchting, ik kan er immers gewoon mee blijven leven, komt de knockout. Bij het bezoek aan de behandelend arts krijg ik medicijnen voorgeschreven met als bijsluiter van de arts de mededeling: Deze moet je slikken tot je dood, doe je dat niet dan heb ik er meer dààraan dood zien gaan dan wanneer ze het middel bleven slikken. Pff… alsof ik een levenslang vonnis te horen krijg.

Ondersteboven van dit nieuws ga ik naar huis. Ik sluit me op met de Crohn in en op m’n hoofd. Verdiep me in alles wat erover geschreven is en ontdek langzaamaan dat het gevoel van opluchting dat ik had toen ik de diagnose kreeg, niet helemaal terecht is. Ok, ik blijf dan wel leven, er is geen direct gevaar, maar in welke omstandigheden?
Kan ik ooit weer werken… kinderen krijgen….. uitgaan… of gewoon onbezorgd genieten van het leven zoals vroeger? Continue reading

Beker

De beker die ik vasthoud lijkt in mijn handen steeds zachter te worden. Komt het door de warmte van mijn handen? Ik zet de beker weg en blijf gebiologeerd door dit fenomeen er naar kijken. Langzaam loopt de koffie er uit en voor mijn ogen zie ik de beker veranderen in een soort schaaltje met een tuitje. Voorzichtig probeer ik het te pakken, bang dat het laatste restje koffie ook verloren gaat.

In mijn handen lijkt het ineens van was, want opnieuw zet een veranderingsproces zich in gang. Ik plaats de beker opnieuw terug op tafel. De koffie heb ik eruit gegooid. Die lust ik al lang niet meer. Dit is te bizar. Niemand zal me geloven!

Het tuitje van het bakje komt nu tot leven lijkt het. Ik tuur en kijk of ik in de nieuwe contouren al iets kan ontdekken van de nieuwe vorm. De zijkanten van het bakje lijken zich te vouwen en sluiten het nu af aan de bovenkant. Als versteend zittend op mijn stoel, kijk ik naar het wonder dat zich voor mij op tafel afspeelt.

Ik durf de beker die het eens was nu niet meer op te pakken. Te bang ben ik dat ik iets aan dit schouwspel verstoor. Of misschien ben ik stiekem wel bang dat het bezit van mij neemt en mij zal veranderen. Verlamd van plotselinge angst kijk ik toe. Mijn ogen wijd gespert, de beker of het bakje nu geen moment meer uit het oog verliezend, mijn benen in een soort starthouding, klaar om weg te springen als dat nodig is. Tegelijk besef ik dat ze te slap zijn en me nu niet zullen kunnen dragen. Wat staat me te wachten?

Vòòr mij is de beker klaar lijkt het. Tenminste de laatste seconden zie ik geen verandering meer. De kleuren die eens de strepen op de zijkant vormden, zijn vermengd en geven het geheel nu een soort vleeskleurig aanblik met in het midden 1 rood vlak. Wacht… het beweegt nog steeds. Het is nog niet klaar.

Ik houd mijn adem in merk ik en blijf kijken. Het rode vlak begint een beetje te wijken, alsof het een soort spaarpot wordt, met een klein gleufje in het midden. Te klein om naar binnen te kunnen kijken, dat weer wel, maar toch biedt het een hele kleine opening.

Ik merk dat mijn lichaam zich hierdoor ook weer iets ontspant. Ook bij mij ontstaat weer een opening en iets van de nieuwsgierige verwondering die ik eerst voelde, toen de beker begon te veranderen, maakt zich opnieuw van mij meester. Ik buk me iets naar voren om het rode vlak beter te kunnen bekijken.

Nog net zie ik wat kleine verticale streepjes, de kleurtjes die eerst onderaan de beker waren, flitst het door me heen. Dan worden m’n benen opnieuw slap en zit ik helemaal te trillen. Het rode vlak dringt zich aan me op en kust mijn mond…

Een nieuwe dag is aangebroken. Naast mijn bed ligt een beker met kleine verticale streepjes op de grond.